Wat is voetwortelartrose?
Voetwortelartrose is slijtage van de gewrichten op de voetwreef. Deze gewrichten verbinden de middenvoetsbeentjes met de voetwortelbeentjes en worden samen ook wel het Lisfranc-gewricht genoemd.
Veelvoorkomende klachten zijn pijn aan de bovenkant van de voet en een knobbel op de wreef. De pijn kan toenemen bij lopen en bewegen en kan soms ook in rust of 's nachts aanwezig zijn.
Voetwortelartrose (slijtage op de voetwreef)
Wat is voetwortelartrose?
Voetwortelartrose is slijtage van de gewrichten op de voetwreef. Op de wreef bevinden zich de gewrichten die de middenvoetsbeentjes met de voetwortelbeentjes verbinden. Deze gewrichten worden samen ook wel het Lisfranc-gewricht genoemd.
Bij artrose wordt het kraakbeen in een gewricht steeds dunner. De botten kunnen daardoor dichter tegen elkaar komen te liggen en aan de randen van het gewricht kunnen botwoekeringen ontstaan. Deze botwoekeringen worden osteofyten genoemd en kunnen een voelbare knobbel op de wreef vormen.
Artrose op de voetwreef komt vrij veel voor bij vrouwen boven de 55 jaar.

In het gebied binnen de rode cirkel bevindt zich het Lisfranc-gewricht. Hier zitten bij voetwortelartrose vaak de pijn en de knobbel op de wreef.
Op deze pagina
Welke klachten geeft voetwortelartrose?
De meeste mensen met artrose op de voetwreef hebben pijn aan de bovenkant van de voet. Vaak is er ook een knobbel op de wreef. De klachten kunnen aanvoelen als een ontsteking aan de bovenkant van de voet.
De pijn wordt meestal erger door belasting en beweging. Lopen op een onregelmatige ondergrond kan de klachten verergeren. Meestal nemen de klachten af door rust en warmte. Soms is de pijn voortdurend aanwezig en ook 's nachts voelbaar.
Veelvoorkomende klachten
- Pijn aan de bovenkant van de voet of op de wreef.
- Een voelbare knobbel op de voetwreef.
- Meer pijn tijdens lopen, bewegen en andere belasting.
- Meer klachten bij lopen op een ongelijke ondergrond.
- Pijn in rust of gedurende de nacht.
Hoe ontstaat voetwortelartrose?
Kraakbeen werkt als een beschermend kussentje tussen twee botuiteinden. Wanneer het kraakbeen steeds dunner wordt, gaan de botten tegen elkaar schuren. Het bot raakt hierdoor beschadigd en wordt aan de rand van het gewricht dikker. Zo ontstaan puntige botwoekeringen, die osteofyten worden genoemd. Deze osteofyten vormen de knobbel op de wreef die u zelf kunt voelen.
Het kraakbeen kan beschadigd raken door een ongeval, zoals een breuk of ontwrichting van het Lisfranc-gewricht. Ook mechanische overbelasting of een algemene gewrichtsaandoening, zoals reumatoïde artritis, worden als mogelijke oorzaken genoemd.
Voetwortelartrose komt regelmatig voor bij vrouwen boven de 50 à 55 jaar met een hallux valgus of een verworven platvoet. Ook een te korte kuitspier wordt als mogelijke factor genoemd.

Hoe wordt voetwortelartrose vastgesteld?
De specialist kan voetwortelartrose vaststellen aan de hand van uw klachten, lichamelijk onderzoek en een röntgenfoto of echografie van de voet.
Op een röntgenfoto kan te zien zijn dat de ruimte tussen de gewrichten kleiner is geworden of helemaal is verdwenen doordat het kraakbeen dunner is geworden. Ook botwoekeringen aan de bovenzijde van de aangedane gewrichten kunnen zichtbaar zijn.

Op de linker röntgenfoto ziet u een voor-achterwaartse opname van de voet met artrose op de voetwreef. De gewrichtsspleten zijn verdwenen doordat het kraakbeen heel dun is geworden of is verdwenen.
Op de rechterfoto ziet u een zijdelingse röntgenopname van de voet met slijtage in de middenvoetgewrichten. Aan de bovenzijde van de aangedane gewrichten bevinden zich botwoekeringen, waardoor een knobbel op de voetrug kan ontstaan.

Op deze röntgenfoto ziet u een voorbeeld van een gezond Lisfranc-gewricht.
Welke behandelingen zijn er voor voetwortelartrose?
We proberen de pijnklachten altijd eerst te behandelen zonder operatie. Welke behandeling het meest geschikt is, hangt onder andere af van uw leeftijd, de vorm van uw voet en de ernst van uw klachten.
Wanneer een behandeling zonder operatie niet of onvoldoende helpt, kan een operatie worden overwogen. De keuze hangt dan af van de plaats en ernst van de artrose en van de ernst van uw klachten.
Behandeling van voetwortelartrose zonder operatie
Bij artrose op de voetwreef zijn verschillende niet-operatieve behandelingen mogelijk:
- Schoenadvies en schoenaanpassing
- Steunzolen
- Ontlastend vilt
- Orthopedische maatschoen
- Brace of wandelstok
- Gewichtsreductie bij overgewicht
- Oefen- of fysiotherapie
- Corticosteroïdeninjecties
- Pijnstillers en ontstekingsremmers
Schoenadvies en schoenaanpassing
Bij artrose op de voetwreef loopt u het gemakkelijkst op schoenen met een dikke, stijve zool en een ronding van de hak en de schoenneus. Dit heet een afwikkelvoorziening. De voet hoeft hierdoor tijdens het lopen minder te buigen en er komen minder krachten op de wreef te staan. Een Mephisto Sano is een voorbeeld van een dergelijke schoen.
Bij een hoge wreef, ook wel een holvoet genoemd, wordt een model met een kleine hak van maximaal 2,5 tot 3 centimeter geadviseerd. Bij een plattere voet wordt een platter model schoen genoemd.
In schoenenwinkels die lid zijn van Podo Linéa kunt u advies krijgen over schoenen met een afwikkelcompensatie.

In deze tekening ziet u de ronding van de hak en de schoenneus van een afrolschoen.
Een afwikkelvoorziening kan ook onder uw eigen schoen worden aangebracht. Dit heet een OVAC: een orthopedische voorziening aan een confectieschoen. Voor een goed effect moet de OVAC onder al uw schoenen worden aangebracht.
Niet iedereen wordt pijnvrij met een schoenaanpassing. Wanneer aangepaste schoenen weinig worden gedragen, hebben ze ook weinig invloed op de klachten. Binnenshuis worden vaak veel meters gemaakt zonder aangepaste schoenen. Op blote voeten of met pantoffels krijgen de aangedane gewrichten geen rust. Daarom luidt het advies om aangepaste schoenen zo veel mogelijk te dragen.

Links ziet u de schoenen in de oorspronkelijke staat. Rechts ziet u de aangepaste schoenen met OVAC. Er is een hakverhoging geplaatst en de schoenzool aan de voorzijde is dikker gemaakt.
Wanneer u vooral last heeft van de knobbel op de wreef, kan het helpen om de schoen anders te veteren. Door om de knobbel heen te rijgen, kan de druk op deze plek worden verminderd. Vraag uw podoloog of podotherapeut zo nodig om advies.

Voorbeeld van vetering waarbij de druk op de knobbel wordt vermeden.
Steunzolen
Een podoloog of podotherapeut kan een volcontactzool aanmeten. Deze steunzool ondersteunt de hele voetzool en zorgt ervoor dat de gewrichten in de voet minder hoeven te bewegen. Doordat de pijnlijke gewrichten minder bewegen, ervaart u minder pijn. Vaak kunt u dankzij de volcontactzool ook uw loopafstand vergroten.
Volcontactzolen nemen veel ruimte in de schoen in. Daarom worden ze bij voorkeur gebruikt in schoenen met een uitneembare binnenzool. De oorspronkelijke binnenzool kan dan worden verwijderd om ruimte te maken.

Voorbeeld van een steunzool.
Ontlasten met vilt
Sommige mensen hebben vooral klachten in gesloten schoenen doordat de schoen tegen de knobbel op de voetrug drukt. Een zelfklevende ring van vilt kan in de schoen om de knobbel heen worden geplakt. De pijnlijke plek wordt hierdoor drukvrij gelegd. Dit werkt volgens hetzelfde principe als een likdoornpleister.
Orthopedische maatschoen
Wanneer schoenaanpassingen niet meer helpen, kan een orthopedische maatschoen worden voorgeschreven. Dit gebeurt door een medisch specialist, meestal een revalidatiearts, orthopedisch chirurg of reumatoloog. Een orthopedische maatschoen wordt voorgeschreven wanneer de voet niet meer in een confectieschoen past.
Brace of wandelstok
Een brace kan tijdens loop- of sportactiviteiten extra ondersteuning bieden rondom de enkel en voet. De brace mag niet op de knobbel op de wreef drukken. Met een wandelstok belast u de voet minder. Dat kan de pijn aanzienlijk verminderen.

Gewichtsreductie bij overgewicht
De voeten dragen het lichaamsgewicht en worden tijdens het lopen zwaarder belast dan wanneer u stilstaat. Fors overgewicht vergroot de chronische belasting van de voeten en de kans op artrose en lichamelijke beperkingen. Met een gezond gewicht is de kans op voetklachten veel kleiner.
Oefen- of fysiotherapie
Wanneer u door pijn anders gaat lopen om de voet te ontlasten, kan dit ook invloed hebben op de knieën, heupen of rug. Een fysiotherapeut of manueel therapeut kan uw looppatroon beoordelen. Een fysiotherapeut kan daarnaast oefeningen geven die de pijnklachten kunnen verminderen.
Corticosteroïdeninjecties
Corticosteroïden, ook wel bijnierschorshormonen genoemd, zijn ontstekingsremmende medicijnen die artrosepijn kunnen wegnemen. Ze kunnen in de versleten gewrichten worden gespoten. Bij Xpert Clinics wordt de injectie altijd onder echografische controle gegeven, zodat zeker is dat op de juiste plaats wordt geprikt.
Een injectie kan tijdelijk tegen de pijn werken, maar neemt de oorzaak van de klachten, de slijtage, niet weg. Wanneer de klachten na een injectie langere tijd wegblijven, bijvoorbeeld een half jaar of langer, kan de injectie nog enkele keren worden herhaald.
Pijnstillers en ontstekingsremmers
Geen enkel geneesmiddel is zonder bijwerkingen. Wanneer u voor de pijn een pijnstiller nodig heeft, kunt u beginnen met paracetamol. Paracetamol is een goede pijnstiller met relatief weinig bijwerkingen. Als paracetamol onvoldoende helpt, kan daarnaast een lokale behandeling met een NSAID-gel worden gebruikt.
NSAID-tabletten of -zetpillen, zoals naproxen, ibuprofen of diclofenac, zijn effectieve pijnstillers maar kunnen vervelende en soms ernstige bijwerkingen geven. Lees voor het gebruik altijd de bijsluiter.
Als de pijn steeds terugkomt, wordt aangeraden om de pijnstiller op vaste tijden te gebruiken. Lees hiervoor de informatie in de bijsluiter.
NSAID-gel kan even goed werken als NSAID-tabletten en geeft minder kans op bijwerkingen. Genoemd worden diclofenac-gel 1–3% en ibuprofen-gel 5%, die twee tot vier keer per dag zacht op de pijnlijke plek kunnen worden gesmeerd.
Wanneer wordt voetwortelartrose geopereerd?
Wanneer behandelingen zonder operatie niet of onvoldoende helpen, kan een operatie worden overwogen. De keuze hangt af van welke gewrichten zijn aangedaan, hoe ernstig de slijtage is en hoeveel klachten u heeft.
Operatie bij beginnende voetwortelartrose
Bij matige artrose is het vaak nog niet nodig om de voetwortelgewrichten vast te zetten. Een te korte kuitspier is waarschijnlijk één van de redenen waardoor artrose in de voetwortelgewrichten ontstaat. In dat geval kan een operatieve kuitspierverlenging de krachten verminderen die tijdens het lopen op de middenvoet inwerken en een goed middel tegen de pijn zijn. De revalidatie van deze operatie is niet erg lang en niet erg belastend.
Lisfranc-artrodese bij ernstige voetwortelartrose
Bij ernstige artrose en hevige pijnklachten kan een geïsoleerde kuitspierverlenging onvoldoende verlichting geven. In dat geval kan een deel van de voetwortelgewrichten worden vastgezet. Deze operatie heet een Lisfranc-artrodese.
Bij een artrodese wordt het resterende zieke kraakbeen verwijderd. Daarna worden de botdelen met schroeven en/of platen aan elkaar bevestigd. Soms wordt een stukje bot van een andere plaats in het lichaam gebruikt om de botgenezing extra te stimuleren. De operatie is geslaagd wanneer de botten na een aantal maanden aan elkaar zijn vastgegroeid.
Welke gewrichten worden vastgezet?
Drie voetwortelgewrichten kunnen op deze manier worden vastgezet en twee voetwortelgewrichten kunnen niet op deze manier worden vastgezet. De gewrichten van de eerste drie middenvoetsbeentjes, gerekend vanaf de grote teen, zijn geschikt om vast te zetten. Deze gewrichten bewegen van nature al weinig.
De buitenste twee middenvoetsbeentjes zijn beweeglijker en helpen de voet zich tijdens het lopen aan een ongelijke ondergrond aan te passen. Deze gewrichten zijn daarom niet erg geschikt om vast te schroeven. Het wordt over het algemeen afgeraden om deze twee buitenste middenvoetswortelgewrichten vast te zetten.

Gewrichten zijn gemaakt om te bewegen en groeien niet gemakkelijk aan elkaar wanneer ze worden vastgeschroefd. Daarom is vaak langdurige immobilisatie met gips nodig. De voet mag de eerste zes weken niet worden belast. Dit kan lastig zijn voor mensen die door hun leeftijd of andere klachten niet goed met krukken kunnen lopen.

In de tekening ziet u hoe de middelste drie middenvoetswortelgewrichten met platen en schroeven zijn vastgezet.

Op deze röntgenfoto zijn de schroeven zichtbaar na een artrodese van de middelste drie middenvoetsgewrichten.
Hoe verloopt het herstel na een Lisfranc-artrodese?
Operaties aan de voet en enkel kunnen pijnlijk zijn. Bij Xpert Clinics wordt tijdens de operatie een pijnblokkade rondom de enkel gegeven, waardoor u een aantal uren na de operatie vrijwel geen pijn voelt. Daarnaast wordt de geopereerde voet gekoeld met een speciale koelschoen om zwelling van de voet te voorkomen. Ook krijgt u een combinatie van krachtige pijnstillers.
Na de operatie krijgt u een gipsspalk. Dit is een niet-rondom aangebracht gips waarop u niet mag staan. Twee weken later wordt dit vervangen door circulair gips, dat helemaal rondom de enkel en het onderbeen zit. Ook op dit gips mag u nog niet staan. Zes weken na de operatie volgt onderbeensloopgips voor minimaal vier weken.
De eerste één tot twee weken is het belangrijk om de geopereerde voet goed hoog te houden, bij voorkeur boven het niveau van het hart.
Soms is fysiotherapie nodig om de kracht en beweeglijkheid in de voet of enkel terug te krijgen. Meestal kunt u na drie tot vier maanden uw dagelijkse leven weer oppakken. De voet kan dan nog gezwollen zijn en soms zijn aangepaste schoenen of een brace nog enige tijd nodig.
Globale hersteltijden
Onderstaand schema geeft een globale indicatie. De werkelijke hersteltijden kunnen afwijken door uw leeftijd, werk, activiteitenniveau en het optreden van mogelijke complicaties. Overleg over de duur van een eventueel ziekteverlof altijd met uw bedrijfsarts.
| Verblijf in het ziekenhuis | |
|---|---|
| In de meeste gevallen | 1 overnachting |
| Rust en hooghouden van de voet | |
| In de meeste gevallen | 2 weken |
| Hechtingen verwijderen | |
| In de meeste gevallen | Geen, zelfoplosbare hechtingen |
| Krukken en gips | |
| In de meeste gevallen | 6 weken onbelast gips met krukken, daarna 4 weken loopgips |
| Ziekteverlof | |
| Zittend werk | 6 weken |
| Staand werk | 12–16 weken |
| Zwelling van de voet | |
| In de meeste gevallen | 6–9 maanden |
| Schoenen | |
| Wijde veterschoen | 12–16 weken na de operatie |
| Normale schoen | Meer dan 16 weken na de operatie |
| Resultaat van de operatie | |
| Goed | 3–5 maanden na de operatie |
| Beter | 6–8 maanden na de operatie |
| Best | 12–18 maanden na de operatie |
Welke complicaties kunnen optreden?
Een complicatie is een probleem dat tijdens of na een operatie kan optreden, ook wanneer de arts juist heeft gehandeld. Een complicatie is dus een niet-verwijtbaar probleem en iets anders dan een medische fout. Er bestaan geen operaties waarbij complicaties volledig kunnen worden uitgesloten.
Bij een Lisfranc-artrodese worden de volgende mogelijke complicaties genoemd:
- Artrose in de gewrichten rondom het vastgezette gewricht. Deze gewrichten worden extra belast doordat het vastgezette gewricht niet meer meebeweegt.
- Een wond die niet goed geneest.*
- Een wondinfectie.*
- Trombose.* Hierbij ontstaat een bloedpropje dat los kan raken en een kleiner bloedvat kan afsluiten. Het bloed kan daardoor niet goed stromen en het aangedane lichaamsdeel kan dik en pijnlijk worden. Wanneer een bloedpropje in de longen, het hart of de hersenen terechtkomt, kan dit ernstige gevolgen hebben. Een deel van deze organen krijgt dan geen zuurstof en kan ernstig beschadigd raken. Om de kans op trombose zo klein mogelijk te maken, krijgt u zolang u gips heeft antitrombose-injecties voorgeschreven.
- De botten groeien niet aan elkaar, ook wel pseudartrose genoemd.* In dat geval kan een nieuwe operatie nodig zijn.
- Een doof gevoel rondom de littekens of zenuwpijn door beschadiging van een huidzenuwtakje. Tijdens de operatie kunnen huidzenuwtjes beschadigd raken. Zenuwen zijn gevoelig voor uitrekking, bijvoorbeeld bij het openhouden van de wond. Een zenuwtakje kan tijdens de genezing ook vastgroeien in littekenweefsel.
- Pijn onder de voorvoet doordat middenvoetsbeentjes tijdens de operatie te veel omhoog of omlaag zijn vastgezet.
- Complex regionaal pijnsyndroom (CRPS), ook wel dystrofie genoemd.
- Pijn door de schroeven. Vooral schroeven in het hielbeen kunnen klachten veroorzaken. Bij ongeveer 10–20% van de patiënten moeten de schroeven vanwege pijn worden verwijderd.
* Deze complicaties komen vaker voor bij patiënten die roken.
Voetwortelartrose samengevat
- Voetwortelartrose is slijtage van de gewrichten op de voetwreef.
- De meest voorkomende klachten zijn pijn op de wreef en een voelbare knobbel.
- De pijn kan toenemen bij belasting, beweging en lopen op een ongelijke ondergrond.
- De specialist gebruikt uw klachten, lichamelijk onderzoek en een röntgenfoto of echografie om de diagnose te stellen.
- De behandeling begint in principe zonder operatie.
- Bij ernstige artrose kan een deel van de voetwortelgewrichten met een Lisfranc-artrodese worden vastgezet.
- Na een Lisfranc-artrodese volgt een langdurig herstel met gips en een geleidelijke terugkeer naar dagelijkse activiteiten.
Veelgestelde vragen over voetwortelartrose
Wat is voetwortelartrose?
Voetwortelartrose is slijtage van de gewrichten op de voetwreef. Deze gewrichten verbinden de middenvoetsbeentjes met de voetwortelbeentjes en worden samen ook wel het Lisfranc-gewricht genoemd.
Waar zit de pijn bij voetwortelartrose?
De pijn zit meestal aan de bovenkant van de voet of op de wreef. De pijn wordt vaak erger tijdens lopen, bewegen en andere belasting. Soms is de pijn ook in rust of 's nachts aanwezig.
Kan voetwortelartrose een knobbel op de wreef veroorzaken?
Bij voetwortelartrose ontstaan aan de rand van het gewricht botwoekeringen. Deze osteofyten vormen de voelbare knobbel op de wreef.
Hoe wordt voetwortelartrose vastgesteld?
De specialist gebruikt uw klachten en lichamelijk onderzoek om voetwortelartrose te herkennen. Daarnaast kan een röntgenfoto of echografie van de voet worden gemaakt.
Welke behandelingen zijn mogelijk zonder operatie?
Mogelijke behandelingen zijn onder andere schoenadvies en schoenaanpassingen, steunzolen, ontlastend vilt, een orthopedische maatschoen, een brace of wandelstok, gewichtsreductie bij overgewicht, fysiotherapie, corticosteroïdeninjecties en pijnstillers.
Wanneer wordt voetwortelartrose geopereerd?
Een operatie kan worden overwogen wanneer behandelingen zonder operatie niet of onvoldoende helpen. De keuze hangt af van welke gewrichten zijn aangedaan, hoe ernstig de artrose is en hoeveel klachten u heeft.
Wat is een Lisfranc-artrodese?
Bij een Lisfranc-artrodese wordt het resterende zieke kraakbeen verwijderd en worden aangedane voetwortelgewrichten met schroeven en/of platen vastgezet. De botdelen moeten daarna aan elkaar vastgroeien.
Hoe lang duurt het herstel na een Lisfranc-artrodese?
De hersteltijd verschilt per persoon. Het bestaande herstelschema noemt zes weken onbelast gips met krukken en daarna vier weken loopgips. Meestal kunnen dagelijkse activiteiten na ongeveer drie tot vier maanden weer worden opgepakt, terwijl zwelling en verder herstel langer kunnen aanhouden.
Hulp bij voetwortelartrose
Bij aanhoudende pijn op de voetwreef kan een specialist uw voet onderzoeken en met u bespreken welke behandeling bij uw klachten past.

Facebook